maandag

Mysterieus verdwenen man lag twee jaar in snelwegberm

Het lijk dat woensdag langs de autosnelweg in Zandvoorde is gevonden, is dat van Willy Cools (65). De Oostendenaar leek twee jaar geleden in rook te zijn opgegaan na een avondje stevig stappen met buurman Jean Haegeman (63). "Ik weet na al die jaren nog altijd niet wat er die koude januari-nacht echt gebeurd is", zucht die. Een landbouwer die aan het werken was aan zijn omheining langs de autosnelweg in Zandvoorde ontdekte woensdag een lichaam in verre staat van ontbinding. Verscholen in de grasberm. "Onderzoek heeft uitgewezen dat het om Willy Cools gaat", vertelt Alain Remue van de Cel Vermiste Personen. Het parket van Brugge bevestigt, maar wil gezien het lopende gerechtelijk onderzoek verder niet communiceren. De komende dagen moeten hopelijk meer duidelijkheid brengen over de doodsoorzaak van de Oostendenaar. Twee jaar lang was de verdwijning van Willy Cools één groot mysterie. Er was een dronken caféavond in 't Valentientje, een valpartij, en daarna niets meer. Niemand had hem ooit nog gezien. Afgelopen zomer getuigde zijn buurman en vriend Jean Haegeman in de reeks 'Voorgoed vermist' over vermiste personen in onze krant. Over die noodlottige 20ste januari 2009. Jean sprak over het drama dat hij in stilte met zich meedraagt en waar hij allerminst fier op is. Hij was de laatste die Willy levend heeft gezien, maar herinnert zich tot zijn eigen frustratie niets meer van die laatste, zatte uren. 'Nadat we Willy's aquarium hadden schoongemaakt, trokken we naar de toog van de kantine van de schietclub in Zandvoorde. Later belandden we in café 't Valentientje in Oostende. Voor een allerlaatste. Willy dronk stevig die avond. Niet alleen pinten, zoals gewoonlijk, maar ook schnaps. Ik heb meermaals gewaarschuwd, maar hij was niet te stoppen. En ja, ik volgde. Hoe gaat dat onder mannen hé', zei hij. Volgens getuigen verlieten de twee het café even na middernacht. Allebei stomdronken. 'Ik herinner mij nog dat ik Willy een arm gaf en dat hij plots viel. En ik viel over hem. En daarna? Niets meer, alleen het zwarte gat', zegt Jean. Anderhalf uur later werd de wagen van Jean opgemerkt op de A18 richting Calais, in de bocht van de afrit in Gistel. Jean bevond zich nog in de wagen, Willy was mysterieus verdwenen. 'Ik had panne, maar herinner mij nog dat ik nog net genoeg vaart had om uit te bollen tot op de pechstrook', vertelt Jean. 'Met de beste wil van de wereld kan ik mij niet herinneren of Willy op dat moment nog naast mij zat.' Jean werd uiteindelijk door een bestuurder van een bestelwagen opgepikt en naar huis gevoerd. Willy werd nooit meer levend gezien. Al moet hij die avond zeker nog in de wagen van zijn vriend hebben gezeten, want later werden zijn polshorloge en ring er aangetroffen. Is Willy zelf hulp gaan zoeken? Was er ruzie? Werd hij verrast door de koude nacht? Zelfs met een lijk blijven zowat alle cruciale vragen onbeantwoord. 'Een aantal keren heb ik het hele parcours overgedaan. Ik heb mij al twee jaar suf gepiekerd. Ik word er zot van', vertelt Jean aangeslagen. Het nieuws gisteren kwam bij hem aan als een mokerslag. 'Ergens is het een opluchting, maar langs de andere kant had ik toch nog dat sprankeltje hoop dat hij hier op een dag levend zou staan.' Jean is er zich van bewust dat de speurders binnen de kortste keren allicht opnieuw aan zijn deur zullen staan. 'Dat is logisch, zeker? Ik ben de laatste die hem gezien heeft. Dat is niet plezant. Maar ik zal de speurders helpen waar ik kan. Al zit ik met evenveel vragen als hen. We gaan dit nooit kunnen ophelderen. Het is verdomd spijtig hoe de zaken gelopen zijn. Echt schuldig kan ik mij niet voelen, want ik heb hem meermaals gewaarschuwd dat hij te veel op had. Zijn familie heeft recht op de waarheid, maar ik vrees dat het mysterie rond de laatste uren van Willy altijd zal blijven.'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten